De toeslede of sleepkoets is een overdekte slede die men destijds over de Amsterdamse straten voortsleepte

Het moet een herrie van jewelste hebben gegeven. En voor de inzittenden moet elke reis een geseling zijn geweest. De sleepkoets: een even vindingrijk als onwaarschijnlijk alternatief om de belasting op wielen te ontduiken.

Een van de oudste, fraaiste en ook meest curieuze objecten in het Nationaal Rijtuigmuseum Nienoord is de toeslede of sleepkoets, een overdekte slede die men destijds over de Amsterdamse straten voortsleepte. Vanaf 1736 stond de stad Amsterdam haar burgers toe met karossen en kalessen door de stad te rijden, op voorwaarde dat het langzaam en ordentelijk verliep. Al spoedig werd het echter zo druk in de hoofdstad, dat het stadsbestuur een belasting op wielen noodzakelijk achtte.

Waarop naar verluid een Fransman, op bezoek in de hoofdstad, een helder moment kreeg en dacht: "Nou, dan gaan we toch verder in een koets zónder wielen?". Vanaf dat moment werd er onder de fraaie koetsen vaak een stel glij-ijzers gemonteerd in plaats van wielstellen. De  toe(gedekte)slede of sleepkoets was geboren. Ze werden meestal voortgetrokken door één paard. De menner was genoodzaakt naast het vehikel te lopen en smeerde geregeld met zijn smeerlap de glij-ijzers, om ze wat gladder te maken. Vandaar in de Nederlandse taal het woord 'smeerlap'. In de schilderkunst uit die jaren zien we op Amsterdamse stadsgezichten dikwijls een sleepkoets afgebeeld. De belastingheffing werd 1820 opgeheven.

Het exemplaar van het Nationaal Rijtuigmuseum is de oudste sleepkoets van Nederland (zeventiende eeuw) en de enige in barokke stijl.

Hoge resolutiefoto's Download object

Deze pagina delen facebook twitter pinterest Embed