Noppenbeker van het Martinikerkhof in Groningen
Noordelijk Archeologisch Depot, Nuis

In 1987 en 1989 vonden in het centrum van Groningen grootschalige opgravingen plaats, vlakbij de Martinitoren en het Martinikerkhof. Twee gebouwen moesten plaats maken voor kantoren van de gemeente Groningen aan de Kreupelstraat. Eerst was het daar gelegen oude politiebureau aan beurt; twee jaar later volgde het aangrenzende Landbouwhuis.

Bij de opgravingen werden de resten gevonden van een groot steenhuis, de zogenaamde ‘Prefectenhof’. De prefect – of of burggraaf – was in de middeleeuwen in de stad Groningen en het aangrenzende Gorecht de vertegenwoordiger van de bisschop van Utrecht. De functie van prefect wordt voor het eerst vermeld in 1145, in 1392 kwam een einde aan de functie. Uit bronnen blijkt dat het huis van de prefect al in de veertiende eeuw verdwenen was.

Vanaf de vijftiende eeuw werden er steeds meer huizen gebouwd aan het Martinikerkhof. Bij de opgravingen werden veel vondsten gedaan die wezen op de rijkdom van de bewoners. Daar was onder meer fraai importaardewerk van hoge kwaliteit bij. Dit kwam onder meer uit Vlaanderen en Duitsland (bijvoorbeeld uit Siegburg). Onder de vondsten waren ook zogenaamde ‘baardmankruiken’, die hun naam ontlenen aan een op de hal aangebrachte kop van een bebaarde man. Tot de vele vondsten behoorde ook fraai glaswerk. Glaswerk was in de late middeleeuwen, maar ook nog lang daarna, een luxe product dat niet veel voorkwam in huishoudens.

Uit één van de bij de opgraving aangetroffen putten kwam een compleet, ongeschonden drinkglas tevoorschijn. Het heeft in het midden van de wand twee geribde sierglasdraden, met daaronder drie rijen van negen noppen. Boven die draden zijn nog eens drie rijen van acht noppen aangebracht. De beker steunt op een gegolfde voetrand terwijl de holle onderzijde – de ziel – enigszins is opgestoken. Het is een vroeg exemplaar, uit het begin van de vijftiende eeuw.

Bij deze ‘noppenbeker’ is het duidelijk dat hij zijn naam ontleent aan de ‘noppen’ op het glas. Meestal is dergelijk glas groenblauwig, een kleur die wordt veroorzaakt door verontreiniging met ijzerverbindingen. Deze noppenbeker is vervaardigd van groen zogenaamd ‘Waldglas’. De naam is een beetje misleidend. Dergelijke ‘bekers' werden vooral gebruikt als wijnglazen. De noppen waren een hulpmiddel om grip te houden op het anders gladde glas, zodat het niet makkelijk uit de hand kon glijden.

De opvolger van de noppenbekers waren de zogenaamde ‘koolstronkbekers’. Deze bekers werden tussen 1450 en 1525 gemaakt in Duitsland. Dit type had een soort tonvorm, terwijl de noppen groter werden gemaakt en uitgetrokken tot een doornvorm. Vanwege die vorm ging de beker op een koolstronk zonder bladeren lijken; vandaar de naam.

Tekst: Albert Buursma

Podcast

Hoge resolutiefoto's Download object

Deze pagina delen facebook twitter pinterest Embed