Bij leven zag het beestje er met z'n ogen tot bijna vóór op de kop en z'n forse bek vol snijtanden, maar gevaarlijk uit.

Bij leven zag het beestje er met z'n ogen tot bijna vóór op de kop en z'n forse bek vol snijtanden, maar gevaarlijk uit. Gedeformeerd tot fossiel is er van die vermeende vervaarlijkheid niets overgebleven en weet hij slechts door zijn enorme ouderdom indruk te maken.

Het fossiel in het Muzeeaquarium komt het meest overeen met de Cheirolepis. Deze roofvis leefde in de Devoon, de periode van 380 tot 360 miljoen jaar geleden. De Cheirolepis had een spoelvormig lichaam en grote ogen. Het voorste gedeelte van de kop van de vis was kort. De schubben waren bedekt met een glasachtige laag. De gepaarde vinnen waren aan de basis breed en liepen driehoekig uit. De vis had een lengte van ongeveer zeventien centimeter.

De goed ontwikkelde vinnen gaven de vis snelheid en stabiliteit. Daarnaast kon hij soepel onder water glijden en met gemak en flexibiliteit in alle richtingen vooruit en achteruit bewegen. Geschikte eigenschappen waarmee hij zijn prooi kon vangen.

De Cheirolepis behoorde tot de groep Vertebrata. Onder deze groep vallen alle gewervelde dieren (dieren met een wervelkom). Hij leefde in ondiepe zoetwatermeren en riviertjes.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hoge resolutiefoto's Download object

Deze pagina delen facebook twitter pinterest Embed