In januari 1945 varen twee schepen van het Zweedse Rode Kruis de haven van Delfzijl binnen.

De komst van het Zweedse vrachtschip Dagmar Bratt in de haven van Delfzijl was –achteraf gezien– een voorbode van het aflopen van de Tweede Wereldoorlog. Beladen met voedsel en medicijnen en met toestemming van de Duitse bezetter is het schip –ook weer achteraf– een symbool van de gedachte dat menselijkheid uiteindelijk triomfeert.

Eind 1944 is de voedselschaarste in het westen enorm. Vele duizenden mensen sterven de hongerdood. De Zweedse regering besluit om levensmiddelen naar Nederland te brengen. Het zal echter nog twee maanden duren voor de Duitsers toestemming geven tot de aanvoer. 

In januari 1945 varen twee schepen van het Zweedse Rode Kruis de haven van Delfzijl binnen. Het zijn de Dagmar Bratt en de Noreg. De schepen zijn elk geladen met tweeduizend ton levensmiddelen en medicamenten. De goederen worden vervolgens met binnenschepen naar de grote steden in het westen van het land vervoerd, waar de nood het hoogst is.

Er volgen nog meer transporten met andere schepen. De Dagmar Bratt komt op in maart 1945 nogmaals met een lading. Het laatste schip dat levensmiddelen komt brengen is op 1 april de Hallaren. Daarna komt Delfzijl in de frontlinie te liggen.

Op de Delfzijlster bevolking maakt de aanvoer van de schepen grote indruk. De mensen klimmen op de daken van hun huizen om een glimp van de witte schepen met het rode kruis op te kunnen vangen. De burgers van Delfzijl hebben overigens zelf niets van het Zweeds ‘wittebrood’ gekregen. 

Hoge resolutiefoto's Download object

Deze pagina delen facebook twitter pinterest Embed