Eén kruitmaatje bevatte precies genoeg kruit voor één schot met een musket.

Oorlogen plachten in vroege eeuwen soms decennia te duren. Dertig jaar, tachtig jaar: men keek niet op een jaartje. Niet zo vreemd als je bedenkt hoe tijdrovend het was om bijvoorbeeld alleen maar één musket te laden. Geen patroongordel met tientallen schoten voor de musketier, maar slechts een maatje kruit genoeg voor één schot.

Tijdens archeologisch onderzoek in de vesting zijn diverse kruitmaatjes aangetroffen. De meesten zijn van koperblik gemaakt en waren met leer bekleed. Ook zijn van ijzer en hout gemaakte exemplaren aangetroffen. Dergelijke kruitmaatjes maakten onderdeel uit van de wapenuitrusting van een musketier. Eén kruitmaatje bevatte precies genoeg kruit voor één schot met een musket. Het exemplaar van Vestingmuseum Oudeschans is een houten kruitmaat met een opschuifbare doseerdop. De kruitmaat is met leer overtrokken geweest. Resten van de leren bekleding zijn nog duidelijk te zien.

Een musketier is een voetsoldaat bewapend met een musket, furket, degen en een bandelier. De ongeveer zeven kilo zware musket werd bij het richten op een musketgaffel of furket geplaatst. Aan de bandelier hingen twaalf kruitmaatjes, een kruithoorn gevuld met fijn pankruit en een leren kogelzakje. De twaalf kruitmaatjes werden ook wel de twaalf apostelen genoemd. Het leer om de kruitmaatjes had een geluiddempende functie.

Het duurde vrij lang om een musket te laden. Bovendien konden ze niet vaak achter elkaar worden afgevuurd. Om deze reden was het gebruikelijk piekeniers naast musketiers op te stellen zodat de eersten de laatsten konden beschermen tegen vijandelijke cavalerie. De piekeniers waren bewapend met een piek van drie tot vijf meter.

Hoge resolutiefoto's Download object

Deze pagina delen facebook twitter pinterest Embed