Bij de verbouwing van de Menkemaborg werden de kamers verfraaid met indrukwekkende schoorsteenmantels.

Aan de buitenzijde oogt de Menkemaborg eenvoudig, bijna sober. Een bescheiden volk die bewoners van toen, wars van pronkzucht. Een misverstand. Eenmaal binnen wordt je ondergedompeld in een wereld van overdaad en lijkt vooral het zwierige houtsnijwerk van de schoorsteenmantels zich een weg naar buiten te willen kronkelen, om maar gezien te worden.

Bij de ingrijpende verbouwing van de Menkemaborg in de vroege achttiende eeuw worden de kamers verfraaid met indrukwekkende schoorsteenmantels. De Groningse architect Allert Meijer bepaalt de vorm en voor het beeldhouwwerk in eikenhout wordt Jan de Rijk aangetrokken. In een groot aantal Groninger kerken is nog werk van beide kunstenaars te zien in orgels, preekstoelen en herenbanken, waaronder in de kerk in Uithuizen. Voor de schoorsteenmantels schildert Hermannus Collenius mythologische voorstellingen.

In de Menkemaborg zijn nog vier gebeeldhouwde eikenhouten schouwen aanwezig, waarvan de grootste in de grote zaal. Het wapen van de opdrachtgevers, Unico Allard Alberda en zijn vrouw Everdina Cornera van Berum, is gebeiteld in de bovenzijde. Kenmerkend voor het werk van De Rijk is de ronde en volle versiering, met acanthusbladeren en bloemslingers. De schouw in de herenkamer heeft aan de onderzijde een gebeeldhouwde voorstelling van Herakles en eveneens de wapens van het echtpaar Alberda-Van Berum. De schouwen in de twee achterste kamers, de studeer- en slaapkamer, zijn iets eenvoudiger uitgevoerd.

Oorspronkelijk was in de voorkamer ook een dergelijke schoorsteenmantel, maar deze wordt aan het einde van de achttiende eeuw vervangen door een neoclassicistische schouw. Het portret verbeeldt toenmalige bewoner, Unico Allard II van Alberda, als achttienjarige te paard gezeten.

Hoge resolutiefoto's Download object

Labels Menkemaborg

Deze pagina delen facebook twitter pinterest Embed