In de negentiende eeuw werden alleen al in Pekela vijftig meester­tekens geregistreerd van zilversmeden.

Ruim vóór de vondst van het aardgas bij Slochteren, werd er in Oost-Groningen –en dan met name in de Veenkoloniën– een andere rijke energiebron gedolven: turf. Het gebied ontwikkelde zich tot een dynamisch industrie- en handelscentrum dat, dankzij de ondernemersgeest van zijn bevolking, uitgroeide tot een welvarende regio.

In de groei mee was er volop ruimte voor zilver- en goudsmeden. In de negentiende eeuw werden alleen al in Pekela vijftig meestertekens geregistreerd van zilversmeden. Zij vervaardigden onder andere veel klein zilverwerk, zoals lepels, gespen, doosjes en bijbelslotjes.

Zo bezit het Kapiteinshuis een roomlepel waarvan de bak en steel versierd zijn met een opstaande kam in de vorm van een scheepje. Een versiering die typisch is voor Noord Nederland. De stijl is neo-klassiek en werd tussen 1820 en 1870 veel toegepast voor roomlepels.

In het zeilschip is de jaarletter ‘S’ geslagen, wat staat voor het jaar 1837. Het meesterteken ‘WB 15’ is van Wildrik Botjes (1812–1874), een Pekelder goud- en zilversmid. Botjes is ook de vervaardiger van twee planetaria (schaalmodellen van ons zonnestelsel), waaraan hij twintig jaar heeft gewerkt. Het ene bevindt zich in het Eise Eisinga Planetarium in Franeker; het andere in het Calvin College in Grand Rapids in Michigan (VS).

Hoge resolutiefoto's Download object

Deze pagina delen facebook twitter pinterest Embed