Het dagboek begint met de eerste ontmoeting tijdens een waterpolowedstrijd in Veendam

Geke Hollema en Gien leerden elkaar midden in de Tweede Wereldoorlog kennen. In de dagboeken van Geke is dit prachtige verhaal over liefde in oorlogstijd te lezen. Geke schrijft over alles wat ze meemaakten. De verhalen illustreerde hij zelf met tekeningen en foto’s. De dagboeken geven ook een bijzonder inzicht in het dagelijkse leven in de provincie Groningen tijdens bezetting en bevrijding.

Het dagboek begint met de eerste ontmoeting tijdens een waterpolowedstrijd in Veendam. De vonk sloeg meteen over en vele andere afspraakjes volgden. Samen gingen ze naar toneel, wandelden in het Stadspark en maakten vele fietstochten door het Groningse platteland. Ze brachten Kerstmis en Oud & Nieuw samen door en waren erg verliefd, aan de oorlog probeerden ze niet veel te denken. Geke schrijft in elk geval liever over zijn vriendin. Ondanks de oorlog bleven ze toch jonge mensen die er het beste van wilden maken. Tussen de regels door is de oorlog in de dagboeken wel degelijk aanwezig. In 1942 wordt Geke opgeroepen om in Duitsland te werken. Hij voelt hier weinig voor en besluit onder te duiken in Glimmen.

Door zijn onderduik moest Geke natuurlijk voorzichtig zijn. Op 9 februari 1943 wilde hij bijvoorbeeld naar Amsterdam. Zijn familie belde hem net op tijd en waarschuwde dat dit te onveilig was. Op 29 april 1944 schreef hij dat ze om 8 uur ’s avonds niet meer buiten mochten komen vanwege een politieke moord. In september van datzelfde jaar leek de bevrijding niet ver weg meer. Het geallieerde offensief bereikte de Nederlandse grenzen en parachutisten landden bij Arnhem en Nijmegen. Dit bewerkstelligde een stroom van vluchtelingen uit die omgeving naar het noorden. Geke tekende een vluchtend gezin: een vader met een grote bakfiets vol koffers en twee dik ingepakte kinderen. Het jaar 1945 brak aan en Noord-Nederland was nog steeds niet bevrijd. “Wat zal het ons brengen?” schreef Geke op Nieuwjaarsdag.

Het was een barre winter. Levensmiddelen werden steeds schaarser en reizen ging bijna niet meer. Overdag was er geen water en ook het wc-papier raakte op. Steeds meer evacuees uit heel Nederland zochten toevlucht in Groningen. Op 19 januari beschreef en illustreerde Geke de komst van 2000 evacuees uit Venlo. Een lange trein van goederenwagons met ouders, kinderen en al hun spullen. Op 26 januari kwamen 600 vluchtelingen uit Roermond aan. In Stadskanaal hadden Gien en de andere verpleegsters hun handen vol aan de opvang. Uiteindelijk was het dan zo ver: Canadese en Poolse tanks bevrijdden op 13 april Glimmen en Veendam. Geke trok langs zoveel mogelijk familieleden en bekenden om te controleren of alles goed was. Gien werd meteen opgeroepen om te helpen met alle gewonden. Op 5 mei tekende Geke ter ere van de landelijke bevrijding een zegevierende leeuw, die met zijn voet het hakenkruis vertrapt. Op 7 mei, de dag dat Duitsland zich officieel in Europa overgaf, tekende hij een hand met hamer die een Duitse adelaar vermorzelt. Op 10 mei werden de doden herdacht en legden Geke en Gien bloemen bij de graven van Engelse vliegeniers. Langzaam maar zeker werd het leven weer beter. De telefoon werkte weer en Geke en Gien gingen voor het eerst naar een Amerikaanse film. Toch was alles nog lang niet bij het oude. De stad Groningen lag voor een groot deel nog in puin. In september 1945 verloofden Gien en Geke zich. Klaar voor een nieuw leven samen.

Hoge resolutiefoto's Download object

Deze pagina delen facebook twitter pinterest Embed