De joodse slager Jacob Phillipp van Gelder woonde met zijn vrouw Lena en hun drie kinderen naast de familie Bolwijn.

Bertil Bolwijn woonde tijdens de oorlog met zijn ouders aan de Kortenaerstraat in Groningen. Naast hen woonde de Joodse familie van Gelder. Het gezin Bolwijn had goed contact met hun buren tot ze plotseling werden weggevoerd. Geen enkel gezinslid keerde terug. Na de oorlog kreeg Bertil van zijn ouders verschillende brieven die ze van hun oude buren hadden gekregen.

De joodse slager Jacob Phillipp van Gelder woonde, samen met zijn vrouw Lena en hun dochters Rachel en Mina en zoon Juda, naast de familie Bolwijn. In 1942 moest Jacob werken in het joodse werkkamp Balderhaar. Zijn gezin werd op 3 oktober 1942 naar kamp Westerbork gebracht. In de brieven beschrijft Jacob het leven in Balderhaar. Ook bedankte hij de familie Bolwijn dat ze zijn vrouw bleven bezoeken, ook al schreef ze dat niet aan haar echtgenoot. "Ik heb de indruk dat ze zich erg ongelukkig voelt en dat is ook niet te verwonderen, ook omreden ze drie kinderen te verzorgen heeft."

Het laatste levensteken van Lena is een briefkaart. ‘Lieve Lex en Hero, Hierbij deel ik jullie mede dat we moeten vertrekken naar elders. We houden goede moed. Veel liefs Leny van Gelder.’ De stempel op de briefkaart is veelzeggend: 3 oktober 1942. Op die dag werden talrijke Joodse Groningers uit stad en provincie opgehaald en naar Kamp Westerbork gebracht. Waarschijnlijk is Jacob rond datzelfde tijdstip vanuit Balderhaar naar Westerbork getransporteerd. De familie Bolwijn zag hun buren nooit meer terug. Jacob kwam in 11 maart 1945 om in Buchenwald en zijn vrouw en drie kinderen zijn op 6 oktober 1944 vergast in Auschwitz. Het is mooi om te zien hoe de brieven getuigen van een bijzondere vriendschap tussen beide gezinnen. ‘Leny schrijft altijd vol lof over jullie en hier is dus het gezegde een goede buur is beter dan een verre vriend terecht op zijn plaats,’ aldus Jacob.

Hoge resolutiefoto's Download object

Deze pagina delen facebook twitter pinterest Embed