Overslaan

Een boot vol brood

Foto: Anton Tiktak, Arte del Norte | Object uit de collectie van Muzeeaquarium Delfzijl

De komst van het Zweedse vrachtschip Dagmar Bratt in de haven van Delfzijl was –achteraf gezien– een voorbode van het aflopen van de Tweede Wereldoorlog. Beladen met voedsel en medicijnen en met toestemming van de Duitse bezetter is het schip –ook weer achteraf– een symbool van de gedachte dat menselijkheid uiteindelijk triomfeert.

Zweedse hulp tijdens de hongerwinter

Eind 1944 is de voedselschaarste in het westen enorm. Vele duizenden mensen sterven de hongerdood. De Zweedse regering besluit om levensmiddelen naar Nederland te brengen. Het zal echter nog twee maanden duren voor de Duitsers toestemming geven tot de aanvoer. 

De aankomst in Delfzijl

In januari 1945 varen twee schepen van het Zweedse Rode Kruis de haven van Delfzijl binnen. Het zijn de Dagmar Bratt en de Noreg. De schepen zijn elk geladen met tweeduizend ton levensmiddelen en medicamenten. De goederen worden vervolgens met binnenschepen naar de grote steden in het westen van het land vervoerd, waar de nood het hoogst is.

Transport naar het westen

Er volgen nog meer transporten met andere schepen. De Dagmar Bratt komt op in maart 1945 nogmaals met een lading. Het laatste schip dat levensmiddelen komt brengen is op 1 april de Hallaren. Daarna komt Delfzijl in de frontlinie te liggen.

Grote indruk op de bevolking

Op de Delfzijlster bevolking maakt de aanvoer van de schepen grote indruk. De mensen klimmen op de daken van hun huizen om een glimp van de witte schepen met het rode kruis op te kunnen vangen. De burgers van Delfzijl hebben overigens zelf niets van het Zweeds ‘wittebrood’ gekregen.

Foto: Anton Tiktak, Arte del Norte
Een boot vol brood
Cookies

Om de website goed te laten werken, het gebruik te meten en om bijv. relevante advertenties te tonen, gebruiken we cookies. Klik je op ‘Akkoord’, dan accepteer je alle cookies. Liever niet? Dan plaatsen we alleen functionele en anonieme analytische cookies.